39 termen

Begrippenlijst

Alle financiële termen uitgelegd

Van arbeidskorting tot zorgtoeslag - alles helder uitgelegd

Onafhankelijk
Geen provisie
Informatieve rekenhulpen
100% gratis

Geldkenner Begrippenlijst

Financiële termen kunnen ingewikkeld zijn. Deze begrippenlijst helpt je door financiële termen in eenvoudig Nederlands uit te leggen. Of je nu aan het sparen bent, belastingaangifte doet, of een hypotheek afsluit, hier vind je antwoorden op je vragen.

Gebruik de zoekbalk om snel een term te vinden, of klik op een letter om alle termen met die letter te zien.

Alfabetische index

A

Afbouw

Toeslagen

Geleidelijke verlaging van een toeslag of korting naarmate het inkomen stijgt

ANBI

Belastingen

Algemeen Nut Beogende Instelling - erkend goed doel waarbij giften fiscaal aftrekbaar kunnen zijn

AOW

Pensioen

Algemene Ouderdomswet - basispensioen van de overheid voor iedereen die de AOW-leeftijd (67 jaar) bereikt

B

Belastingdruk

Belastingen

Het totale percentage van het inkomen dat aan belastingen en premies wordt betaald

Box 1

Belastingen

Belastingbox voor inkomen uit werk en woning (loon, winst, uitkeringen, eigen woning)

Box 2

Belastingen

Belastingbox voor inkomen uit aanmerkelijk belang (aandelen van 5% of meer in een BV)

Box 3

Belastingen

Belastingbox voor inkomen uit sparen en beleggen (vermogen boven de vrijstelling)

BPM

Autobelasting

Belasting Personenauto's en Motorrijwielen - eenmalige belasting bij aanschaf of import van een auto

Bruto inkomen

Inkomsten

Het totale inkomen vóór aftrek van belastingen, premies en andere inhoudingen

BTW

Belastingen

Belasting over de Toegevoegde Waarde - omzetbelasting op goederen en diensten (21%, 9% of 0%)

D

DGS

Sparen

Depositogarantiestelsel - beschermt spaartegoeden tot €100.000 per persoon per bank

E

Effectief belastingtarief

Belastingen

Het werkelijke percentage belasting dat je betaalt over je totale inkomen, inclusief kortingen en aftrekposten

Eigen risico

Verzekeringen

Bedrag dat je zelf betaalt voordat de zorgverzekering bijdraagt. Verplicht minimum is €385 per jaar (2026)

Erfbelasting

Belastingen

Belasting over een erfenis boven de vrijstelling, afhankelijk van de relatie tot de overledene

H

Heffingskorting

Belastingen

Korting op de te betalen inkomstenbelasting, zoals de algemene heffingskorting en arbeidskorting

Huurtoeslag

Toeslagen

Tegemoetkoming van de overheid in de huurkosten voor huurders met een laag inkomen

Hypotheek

Hypotheken

Lening met als onderpand een woning, meestal afgesloten voor de aankoop van een huis

Hypotheekrenteaftrek

Belastingen

Betaalde hypotheekrente mag worden afgetrokken van het belastbaar inkomen in box 1 (max 30 jaar)

I

Indexering

Economie

Jaarlijkse aanpassing van bedragen (uitkeringen, belastingschijven) aan de inflatie

K

Kinderopvangtoeslag

Toeslagen

Tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang voor werkende ouders

Kindgebonden Budget

Toeslagen

Inkomensafhankelijke bijdrage van de overheid voor gezinnen met kinderen onder 18 jaar

L

Loonheffing

Belastingen

Inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen die de werkgever inhoudt op het loon

M

Marginaal belastingtarief

Belastingen

Het belastingtarief dat geldt voor iedere extra verdiende euro (het tarief van je hoogste schijf)

MRB

Autobelasting

Motorrijtuigenbelasting (wegenbelasting) - periodieke belasting op het bezit van een motorvoertuig

N

Netto inkomen

Inkomsten

Het bedrag dat overblijft na aftrek van loonheffing, premies en pensioenbijdrage

NHG

Hypotheken

Nationale Hypotheek Garantie - borgstelling die lagere hypotheekrente kan opleveren (max €435.000 in 2026)

O

Ouderenkorting

Belastingen

Extra heffingskorting voor mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt en een beperkt inkomen hebben

P

Pensioen

Pensioen

Inkomen na het stoppen met werken, opgebouwd via werkgever (aanvullend pensioen) en/of overheid (AOW)

Premie

Verzekeringen

Het bedrag dat je periodiek betaalt voor een verzekering

R

Rendement

Sparen en beleggen

De opbrengst op een belegging of spaarrekening, uitgedrukt als percentage van het ingelegde bedrag

Rente

Sparen en lenen

Vergoeding die je ontvangt op spaargeld of betaalt over geleend geld, uitgedrukt als percentage per jaar

S

Schenkbelasting

Belastingen

Belasting over een schenking boven de vrijstelling, afhankelijk van de relatie tussen schenker en ontvanger

Spaarquote

Sparen

Het percentage van je netto inkomen dat je spaart

T

Toeslagen

Toeslagen

Financiële tegemoetkomingen van de overheid voor huishoudens met lagere inkomens (zorg-, huur-, kinderopvangtoeslag)

W

Werknemersverzekeringen

Verzekeringen

Verplichte verzekeringen via de werkgever: WW (werkloosheid), WIA (arbeidsongeschiktheid), ZW (ziekte)

WOZ-waarde

Onroerend goed

Waarde van een woning vastgesteld door de gemeente, gebruikt voor belastingen en hypotheek

Z

Zorgtoeslag

Toeslagen

Tegemoetkoming van de overheid in de kosten van de zorgverzekeringspremie

Zorgverzekering

Verzekeringen

Verplichte basisverzekering voor ziektekosten, elke Nederlander moet er een hebben

ZZP

Ondernemerschap

Zelfstandige Zonder Personeel - ondernemer die alleen werkt, zonder werknemers in dienst

39 begrippen gevonden

Begrippenlijst per Categorie

Autobelasting

2 begrippen

Belastingen

14 begrippen

Economie

1 begrip

Hypotheken

2 begrippen

Inkomsten

2 begrippen

Ondernemerschap

1 begrip

Onroerend goed

1 begrip

Pensioen

2 begrippen

Sparen

2 begrippen

Sparen en beleggen

1 begrip

Sparen en lenen

1 begrip

Toeslagen

6 begrippen

Verzekeringen

4 begrippen

Hoe Gebruik je de Begrippenlijst?

1

Zoek op term

Typ een financieel begrip in de zoekbalk en je ziet direct de uitleg.

2

Blader alfabetisch

Klik op een letter om alle begrippen met die letter te zien.

3

Lees categorie

Elke term is ingedeeld in een categorie voor beter begrip van het onderwerp.

4

Combineer met calculator

Gebruik de begrippenlijst samen met onze calculators voor beter begrip.

Meest Gebruikte Financiële Termen

Deze termen kom je het meest tegen in Nederlandse belasting- en financiële contexten:

→Inkomstenbelasting
→Box 1
→Hypotheek
→Netto inkomen
→Bruto inkomen
→Toeslagen
→Zorgtoeslag
→Huurtoeslag
→Belastingdruk
→Heffingskorting
→Zorgverzekering
→WOZ-waarde

Veelgestelde Vragen over Financiële Begrippen

Wat is het verschil tussen Box 1, Box 2 en Box 3?

In Nederland kent de inkomstenbelasting drie boxen. Box 1 belast inkomen uit werk en woning (loon, winst en eigen woning) progressief tegen 35,75% / 37,56% / 49,50% in 2026. Box 2 belast inkomen uit aanmerkelijk belang (5% of meer aandelen in een BV) tegen 24,5% / 31%. Box 3 belast vermogen (sparen en beleggen) op basis van een getoetst rendement, tegen 36% in 2026.

Wat is een heffingskorting en hoe werkt het?

Een heffingskorting is een bedrag dat direct van de te betalen inkomstenbelasting wordt afgetrokken. De algemene heffingskorting (max €3.115 in 2026) geldt voor iedereen, de arbeidskorting (max €5.685) voor werknemers met inkomen, en de ouderenkorting voor AOW-gerechtigden. De korting daalt naarmate je inkomen stijgt.

Wat betekent WOZ-waarde en waar wordt die voor gebruikt?

WOZ staat voor Wet waardering onroerende zaken. De WOZ-waarde is de door de gemeente vastgestelde waarde van je woning per 1 januari van het voorgaande jaar. Deze wordt gebruikt voor de OZB, het eigenwoningforfait (0,35% in 2026) en bij Box 3-vermogen voor verhuurd vastgoed.

Wat is de zelfstandigenaftrek voor ZZP'ers?

De zelfstandigenaftrek is een vast bedrag dat ZZP'ers van hun winst mogen aftrekken voordat de inkomstenbelasting wordt berekend. In 2026 bedraagt de aftrek €1.200. Voorwaarde is dat je minimaal 1.225 uur per jaar aan je onderneming besteedt (urencriterium).

Wat is een eigenwoningforfait?

Het eigenwoningforfait is een bijtelling bij je inkomen voor het bezit van een eigen woning. In 2026 is het forfaitpercentage 0,35% van de WOZ-waarde voor woningen tot €1.330.000. Dit forfait wordt opgeteld bij je belastbaar inkomen en daarna verminder je het met de hypotheekrenteaftrek.

Hoe werkt het eigen risico bij de zorgverzekering?

Het eigen risico is het bedrag dat je zelf betaalt aan zorgkosten voordat je zorgverzekeraar betaalt. In 2026 is het verplichte eigen risico €385 per jaar. Je kunt dit vrijwillig verhogen tot €885 voor een lagere premie. Huisartsenzorg, verloskundige zorg en zorg voor kinderen onder de 18 vallen er niet onder.

Opmerking:

Deze begrippenlijst is bedoeld als educatief materiaal. Voor juridische of financiële adviezen raadpleeg altijd een professioneel adviseur of de officiële websites van de Belastingdienst.